Vragen over de parkeeroverlast en het weren van bedrijfsbusjes

De afgelopen jaren heeft de fractie van de VVD diverse malen vragen gesteld over het tegengaan van het parkeren van bedrijfsbusjes in oude wijken met onvoldoende parkeerruimte.

Het college heeft hiertoe in de jaren 2011 en 2012 beleid ontwikkeld en dit op 22 januari 2013 getoetst in een Stadserf in de Erker. Voorgesteld werd een pilot te starten waarbinnen bedrijfsbusjes uit de wijk West zouden worden geweerd. Dit voorstel leidde tot een aanzienlijk en begrijpelijk verzet bij de vele zelfstandige ondernemers (ZZP’ers) omdat hen geen veilig en dichtbij gelegen parkeeralternatief werd geboden. Het bedrijfsvoertuig van een zelfstandige ondernemer vormt in de meeste gevallen tevens zijn bedrijfskapitaal, omdat zijn waardevolle gereedschap en werkmaterialen erin opgeslagen liggen. Een pilot zonder alternatief in de vorm van een bewaakte en omheinde stalling was op voorhand gedoemd te mislukken en voldeed niet aan de randvoorwaarden die de VVD in de onderliggende vragen had aangegeven. Helaas is het na deze mislukte en toch wat ondoordachte aanzet tot het startproject 2013 al weer lang stil gebleven.

  De fractie van de VVD heeft de volgende vragen: 

  1. Wat is de huidige invloed van de zowel ’s avonds als ’s nachts geparkeerde bedrijfsbusjes op de parkeerdruk, de leefbaarheid en de veiligheid in de qua parkeerdruk zo overbelaste wijken Oost en (Oud) West?
  2. Is het College voornemens om ter verlichting van de parkeerdruk in deze oude wijken alsnog te komen tot de uitvoering van de eerder in dit kader gepresenteerde beheerplannen?
  3. Indien bevestigend; betrekt het college daarbij de uitdrukkelijke wens van de ondernemers om een alternatieve, bewaakte parkeerlocatie in te richten voor een veilige stalling van de betreffende busjes en de kosten hiervan (deels) te dekken uit een bescheiden bijdrage van de ondernemers?
  4. Heeft het College overwogen om dergelijke bewaakte en veilige parkeerplaatsen multifunctioneel in te richten en tevens beschikbaar te stellen als parkeerplaats, met eventuele chauffeursfaciliteiten, voor vrachtauto’s bussen en andere grotere voertuigen die op grond van de APV niet in de bebouwde kom mogen parkeren? Deze voertuigen staan nu vaak op onveilige, donkere locaties in de industriegebieden. Wellicht kan hierbij samenwerking gevonden worden met het Havenbedrijf Rotterdam? Deze organisatie heeft al enkele van dit soort parkeerplaatsen in beheer, waardoor de business case makkelijker sluitend gemaakt kan worden.
  5. Heeft het College onderzocht of er voor de financiering van een dergelijk project, gericht op onder andere leefbaarheid, wellicht een beroep gedaan zou kunnen worden op een Europese subsidie? 

Schiedam, 8 november ’14